Vraagstelling:  Batterijen zijn steeds belangrijker in onze energietransitie en Afrika heeft ze ook nodig. Dat vraagt (straks) heel veel grondstoffen, misschien wel te veel. Zijn die er voldoende, waar komen ze vandaan, worden ze ‘maatschappelijk verantwoord’ gewonnen? Kortom, hoe zorgen we dat onze energietransitie gelijkwaardig en rechtvaardig is?

Sprekers: 

● Alejandro Gonzales (SOMO, case De batterijenparadox)

● Benjamin Sprecher (TUDelft, industriële ecologie)

Samenvatting:

  • De term “kritieke grondstoffen” verwijst naar een aantal mineralen die vooral van belang zijn voor de productie van batterijen voor elektrische auto’s (> 90%) en voor een klein deel voor onderdelen van windturbines en zonnepanelen. Ze zijn kritiek omdat ze een belangrijke rol spelen in technologische vernieuwing, er een onzeker aanbod is, en winning met milieuproblemen gepaard gaat. Die laatste dimensie wordt in analyses vaak overgeslagen.
  • De vraag naar kritieke grondstoffen stijgt heel snel. In 2022 reden er zo’n 25 miljoen elektrische auto’s wereldwijd, in 2030 zijn dat er waarschijnlijk zo’n 200 miljoen.
  • Minder dan 2% van de mineralen die de EU gebruikt zijn afkomstig van binnen de EU. Aan de andere kant is de EU netto exporteur van producten gemaakt met deze materialen.
  • China is de dominante speler in de handel van kritieke materialen en de verwerking ervan. Die dominantie neemt nog steeds toe. 50% van de elektrische auto’s wordt al in China gemaakt. China is ook dominant in de productie van windturbines en zonnepanelen.
  • De winning van kritieke grondstoffen in ontwikkelingslanden veroorzaakt aanzienlijke milieuproblemen en er vindt nauwelijks verwerking van die grondstoffen in die landen plaats. De prijs van dergelijke grondstoffen kan ook snel omlaag gaan, ook omdat ze voor batterijen inwisselbaar zijn. Dit versterkt de mondiale ongelijkheden.
  • Als er niets verandert zullen deze grondstoffen vooral in de rijke landen gebruikt worden. Om ontwikkelingslanden ook de gelegenheid te geven mee te profiteren van de verwerking en gebruik van deze grondstoffen en bijvoorbeeld zelf de producten te maken. is het nodig dat in onze landen de consumptie ervan wordt verminderd en er tegelijkertijd wordt gezorgd voor een eerlijke verdeling van de opbrengsten. Dat vereist een brede transitie in onze landen, via de strategieën Rethink, Reduce, Repair, Recycle, en met verschuiving van focus van producten op diensten, op langdurig gebruik en hergebruik. Voor sommige van de kritische mineralen zou op den duur dit tot een drastische vermindering van de behoefte aan nieuwe grondstoffen kunnen leiden (volgens Benjamin Sprecher).
  • Tevens moeten Afrikaanse landen de kans krijgen hun economieën verder te industrialiseren en te diversifiëren. Eerlijke prijzen, technologieoverdracht, kwijtschelden van schulden en eerlijke handelsrelaties zijn daarbij belangrijk.
  • Deze landen zelf zullen dan wel moeten werken aan bestrijding van corruptie, macht van lokale warlords, wetteloosheid in de mijngebieden.
  • Over het potentieel van de EU om een effectief handels- en ondersteuningsbeleid te ontwikkelen dat de Afrikaanse landen echt vooruit helpt verschilden de twee sprekers van mening.

Alejandro Gonzales is senior researcher in het klimaatrechtvaardigheid team van SOMO. Hij volgt ontwikkelingen met betrekking tot mineralen exploitatie, inclusief het EU beleid en partnerschappen. Hij benadrukt de grote afhankelijkheid van de EU van derde landen, in de eerste plaats China, voor ingrediënten voor essentiële technologieën. Hij verwijst daarvoor naar een studie van de Europese Commissie, getiteld: “Critical Raw Materials for Strategic Technologies and Sectors in de EU”.

Daaruit blijkt dat minder dan 2% van de betreffende mineralen die de EU gebruikt in de EU worden gedolven. Ook het verwerken van die mineralen gebeurt buiten de EU, vooral in China. Uitzondering is nikkel, waar Indonesië de hoofdleverancier is. Chili is naast China belangrijk voor lithium en koper.

De vraag naar kritieke mineralen gaat enorm snel omhoog. Wat nikkel, kobalt, grafiet en lithium betreft gaat meer dan 90% hiervan naar de productie van elektrische auto’s, de rest naar opwek en opslag van hernieuwbare energie. In 2022 reden er zo’n 25 miljoen elektrische auto’s in de wereld, er wordt verwacht dat dat er tegen 2030 200 miljoen zijn.

Het winnen van deze mineralen gaat gepaard met enorme hoeveelheden afval. Elke ton nikkel bijvoorbeeld veroorzaakt 250 ton mijnafval. Daarnaast is de raffinage van de ertsen een milieubelastend proces, in sommige gevallen ook sociale issues en met name lithium en koper vereisen grote hoeveelheden water.

De productie wordt gedomineerd door enkele hele grote bedrijven.

De EU importeert dus een groot deel van de kritieke mineralen die het verwerkt. Aan de andere kant is het een netto exporteur van producten gemaakt met deze mineralen: 58% export tegen 28% import (cijfers 2022). Het klassieke beeld: het overgrote deel van de meerwaardeproductie vindt plaats aan het einde van de keten, als de elektrische auto wordt geproduceerd.  

Alejandro Gonzales somt vervolgens de problemen met deze ontwikkeling op:

  • De mijnbouw veroorzaakt aanzienlijke milieuproblemen.
  • De mondiale ongelijkheid wordt groter omdat westerse bedrijven het meest profiteren.
  • Veel grondstofrijke landen hebben geen toegang tot de technologie om die grondstoffen te bewerken, en nog meer landen hebben de infrastructuur en fondsen niet om de omslag te maken.
  • Subsidies en belastingvoordelen versterken de dominantie van Westerse en Chinese megabedrijven en de trend naar concentratie van macht in een relatief klein aantal bedrijven.
  • Bedrijven zijn in staat om publieke gelden in particuliere winsten om te zetten en om de waarde van aandelen te vergroten.

De manier waarop het nu gaat draagt, naast lokale vervuiling en achteruitgang van biodiversiteit, ook bij aan de opwarming van de aarde. Het VN International Resource Panel wijst naar het huidige economische model als een belangrijke drijfveer van deze crises. De hoge-inkomenslanden consumeren 6x zoveel grondstoffen/capita dan lage-inkomenslanden, en zijn daarmee disproportioneel verantwoordelijk voor met name de klimaatcrisis. 

Een duurzame transitie vereist daarom het verminderen van consumptie van grondstoffen en tegelijkertijd het verzekeren van een eerlijke verdeling van de opbrengsten. Dat vereist de hervorming van sociaaleconomische systemen die niet langer gebouwd zijn op mijnbouw en winstmaximalisatie. We moeten toe naar een Provisioning Systems Approach en een circulaire economie. Daarmee moeten we toegang tot voedsel, huisvesting, energie en mobiliteit garanderen door focus op verminderd en efficiënt gebruik van ruwe grondstoffen, afscheid van fossiele brandstoffen, dematerialisatie, etc. 

De IPCC roept ook op tot dergelijke systemische veranderingen. Er is een holistische kijk op welvaart nodig, breder dan productie en consumptie. We moeten vooruitgang niet meer met GDP groei meten, maar met een bredere indicator, waar ook vermindering grondstoffenverbruik is opgenomen. Dat begint met het maken van producten die langer meegaan en minder grondstoffen nodig hebben. Recycling komt aan het eind.

Concreet naar het thema van vandaag: de behoefte aan mobiliteit vervullen, in plaats van de focus op elektrische auto’s. Er moet een geïntegreerd en betaalbaar transport systeem komen.

Gonzales haalt dan een rapport van het UN Secretary-General’s Panel on Critical Energy Transitions Minerals aan, gepubliceerd op 11 september 2024. En met name drie van de vijf “Actionable Recommendations”:

  1. Snelle hervormingen van leveringsketens van critieke mineralen, qua verdeling van de opbrengsten, waardevermeerdering, diversificatie, met verantwoordelijke en eerlijke handel, investeringen, financiering en belastingen.
  2. Een mondiaal raamwerk om leveringsketens transparant te maken met regels voor het afleggen van verantwoording (a global traceability, transparency and accountability framework along the entire mineral value chain – from mining to recycling).
  3. Het vaststellen van doelen voor het verbeteren van efficiënt materiaalgebruik en hergebruik.

Het panel zou opgevolgd moeten worden door een UN High-Level Advisory Group. SOMO is betrokken geweest bij een breed overleg over waar deze groep zich mee bezig zou moeten houden, samengevat in vier elementen:

1) fair benefit sharing;

2) value addition;

3) economic diversification; and

4) trade, finance, and investment.

Deze aanbevelingen zijn te vinden in het rapport Priorities for the United Nations High-Level Expert Advisory Group on Critical Energy Transition Minerals https://resourcegovernance.org/publications/priorities-un-high-level-expert-advisory-group-critical-energy-transition (QR code)  wat op 10 december 2024 is uitgekomen.

Tenslotte benadrukt Gonzales nog eens dat in de huidige verhoudingen Afrika de grondstoffen levert, westerse bedrijven daarvan profiteren, Afrikaanse landen afhankelijk blijven van het deze bedrijven voor producten en technologieën (deels ontwikkeld met Afrikaanse grondstoffen) wat de lokale ontwikkeling afremt. De groene transitie kan dit patroon nog eens versterken. Mede omdat westerse bedrijven sterke overheidssteun ontvangen, terwijl Afrikaanse landen geen middelen hebben om hun eigen industrie te versterken. Deze negatieve spiraal moet doorbroken worden met technologieoverdracht, investeringen in lokale industrieën, en ruimte voor de Afrikaanse landen om industriebeleid te ontwikkelen dat hun eigen ontwikkelingsbehoeften steunt. Ook moeten de uitstaande schulden van die landen geherstructureerd worden. Er moet een einde komen aan het gedwongen exporteren van grondstoffen alleen om die schulden te betalen. Binnen de WTO pleit de Afrikaanse groep constant voor meer ruimte om eigen industriebeleid te voeren, maar stuit daar op weerstand. Met name de EU en de VS weigeren die landen de ruimte om beleid te voeren wat zij zelf in het verleden hebben toegepast om rijk te worden. Bilaterale handels- en investeringsverdragen zijn in het nadeel van de Afrikaanse landen, geven westerse bedrijven opties om regeringen onder druk te zetten.

Het bewustzijn hierover heeft ook geleid tot het opzeggen van verdragen met Nederland door o.a. Zuid-Afrika, Tanzania, Burkina Faso en Kenia. 

Het bovengenoemde advies aan de VN bevat aanbevelingen om een einde te maken aan dergelijke ongelijke verdragen en verhoudingen.

Benjamin Sprecher (TUDelft, industriële ecologie)

Benjamin Sprecher is assistant professor met specialisatie kritieke ruwe grondstoffen. Hij spreekt over de “batterijen paradox”.

Hij begint met te verwijzen naar besluit van President Trump, in het laatste jaar van zijn eerste termijn om een nationale noodtoestand uit te roepen vanwege de grote afhankelijkheid van de VS van vijandige staten als het om kritieke grondstoffen gaat. En naar een besluit van hem wat op de dag van het webinar bekend werd om de regels tegen omkoperij van buitenlandse overheidsdienaren te versoepelen. 

Benjamin bestudeert de handel in kritieke grondstoffen niet alleen theoretisch. Hij bezoekt af en toe mijnen in Afrika, om de situatie ter plekke te bekijken en met de mensen die daar werken en leven te spreken, ook over zij de rol van de noordelijke landen zien en wat ze van ons verwachten. En hij maakt zelf ook de afpersing mee van soldaten die daar een bewakingsfunctie hebben.

Wat is een kritieke grondstof? Hij verwijst naar een definitie van Thomas Graedel. Zo’n grondstof is kritisch als er een onzeker aanbod is, die onzekerheid tot grote problemen kan leiden, gecombineerd met nadelige milieueffecten van de winning van die grondstoffen. 

Vervolgens laat hij zien hoe de EU kritische grondstoffen rangschikt, uit een rapport uit 2020 (QR code) hierover. Dat rapport werkt echter met slechts twee parameters: onzekerheid van aanbod en economisch belang. Het laat zien dat de onzekerheid het grootst is met betrekking tot zgn. rare earth (lichte en zware zeldzame aardmetalen).

Onzekerheid kan leiden tot spanningen, zoals Trump die Groenland wil kopen, maar ook tot grote schommelingen in de prijzen. Benjamin laat zien hoe de prijs van lithiumcarbonaat bijvoorbeeld, in China, tussen 2020 met zo’n 700% steeg, of nikkel, wereldwijd, in enkele maanden met 400% steeg.

Wat is een eerlijke distributie? Benjamin Sprecher vraagt Alejandro Gonzales volgens welke verdeelsleutel Nederland een beroep kan doen op de wereldwijde voorraden. Nederland heeft 0,2% van de mondiale bevolking, verbruikt 0,5% van het mondiale energieverbruik en heeft 0,8% van het mondiale GDP. Gonzales denkt liever niet in percentages maar in termen van planetaire grenzen, milieugebruiksruimte en het vervullen van basisbehoeften. Sprecher vond dit een interessant antwoord.

Dan de praktijk: Sprecher laat zien de verwachte vraag, geformuleerd door de vorige regering van 10 kritische grondstoffen in de komende 25 jaar, alleen al voor de Nederlandse energietransitie. Gerelateerd aan de huidige jaarlijkse mondiale productie zou dat tot 25 % oplopen (iridium) en tussen de 5 % en 15 % voor 6 andere metalen!

Ook wereldwijd leidt de energietransitie tot een aanzienlijke vermindering van de vraag naar fossiele brandstoffen, maar een sterk toenemende vraag naar metalen. Netto zal er dus minder mijnbouw zijn, door opdrogen van de vraag naar kolen. En naarmate de transitie gevorderd is, na 2040, gaat de vraag naar schaarse metalen weer afnemen, vanwege toenemende recycling.

Mijnbouw vindt in vele landen plaats, maar China domineert de gehele productieketen voor batterijen voor elektrische auto’s. De Europese productie van die auto’s is nog wel belangrijk, zo’n 25% van de mondiale productie, maar afhankelijk van Chinese aanvoer van materialen. En China produceert nu al 50% van de elektrische auto’s wereldwijd.

De Chinese dominantie is ook te zien bij windturbines en zonnecellen, en neemt snel toe.

Benjamin Sprecher presenteert vier strategieën om hier mee om te gaan:

Rethink: het opnieuw ontwerpen van systemen om aan behoeften te voldoen. Bijvoorbeeld: in plaats van individuele auto’s lidmaatschap van autodelen promoten. Een abonnement bij Mywheels vervangt 3 tot 20 auto’s.

Reduce: efficiënt gebruik van, en vervanging van, materialen. Als je een mobiele telefoon 2x zo lang gebruikt, halveer je het materiaalgebruik.

Repair: het verlengen van de levensduur

Recycle: materialen hergebruiken. Probleem is hierbij dat het nu vaak om “downcycling” gaat, van hoogwaardige naar laagwaardige toepassingen.

Probleem van de huidige tijd is dat grondstoffen té goedkoop zijn. De prijs nodigt niet uit om deze vier stappen te zetten.

Benjamin Sprecher is betrokken geweest bij studies naar de potentiële impact van dergelijke strategieën. Voor iridium, nikkel, zilver en bijvoorbeeld cobalt, zouden de vier strategieën de vraag nagenoeg naar nul kunnen terugbrengen. Iridium kan deels met platinum worden ingewisseld, waar overigens ook maar een beperkt aanbod van is. Voor lithium zou het het aandeel van Nederland van 15% naar 4% terugbrengen. Het gebruik van cobalt zou zelfs ónder nul, qua toevoeging van verse grondstoffen, kunnen komen.

De Nederlandse regering steekt maar weinig geld in studies om gedrag te veranderen. Benjamin Sprecher komt tot vier aanbevelingen:

  1. Kennisontwikkeling en uitwisseling daarvan.
  2. Pas alle vier de genoemde strategieën simultaan toe.
  3. Ontwikkel een goede lange termijn visie en strategie.
  4. Neem betere wetten en regels aan, en handhaaf die.

Hij was pessimistisch over de competentie van de huidige regering om dit aan te pakken.

En eindigde met enkel leestips:

The World For Sale, van ER Blas en Jack Farchy

The Collapse of Complex Societies, van Joseph Tainter

The Race for What’s Left, van Michael Klare

Discussie, 

Benjamin Sprecher vond dat Alejandro Gonzales de slechte omstandigheden in de ontwikkelingslanden te veel legde bij de uitbuiting door de westerse landen. Hij constateert in die landen dat de mijnen een bron van inkomsten zijn, een opstap naar ontwikkeling, maar dat lokale corruptie, slecht beheer en chaos dat ondermijnt. Hij ziet dat veel projecten mislopen door het korte termijn denken van de lokale politici. Hij ziet momenteel ook vooral China opereren, de westerse landen en bedrijven hebben nog weinig invloed. De EU is weinig relevant, Nederland nog minder.

We moeten daarom vooral kijken hoe we in onze eigen maatschappij een transitie realiseren die onze toenemende afhankelijk van kritieke grondstoffen weer vermindert en wellicht ook hier aan grondstoffenwinning doen.

Alejandro Gonzales komt terug op de terechte opmerking  van Benjamin Sprecher dat de milieu-impact van het winnen van kritische grondstoffen uit de analyses is verdwenen. Die is belangrijk. De nieuwe mijnbouw is in regio’s waar de biodiversiteit onder druk staat, de reserves liggen in natuurlijke gebieden, onder bossen, rivieren, gletsjers. En we riskeren ze in korte tijd op te  maken, zonder acht te hebben op toekomstige generaties. Indonesië bijvoorbeeld zal over 20 jaar geen nikkel meer over hebben. Dan gaan wij dat hier recyclen, maar daar heeft Indonesië niks aan. Hij is het wel eens met de strategieën die hier moeten worden gevolgd om de vraag te verminderen. We moeten naar onze eigen consumptie en milieu-impacts kijken. Bovendien moeten we niet doen of er minder ongelijkheid tussen de landen zijn. Uiteraard zijn sommige landen, zoals China en USA, machtiger dan andere.

De vraag is dan of Afrika erop vooruit zou gaan als de EU haar vraag naar grondstoffen niet verhoogt maar zelfs halveert.

Benjamin Sprecher denkt dat dat niet helpt. Noemt DRC als voorbeeld, waar de Europese landen minder van gingen afnemen vanwege de slechte arbeidsomstandigheden. Dit leidde tot meer ellende, want de warlords, die eerst goed verdienden aan die export, gingen plunderen en geweld gebruiken ter compensatie. Een westers bedrijf kan proberen de omstandigheden te verbeteren, maar je kunt het geweld, de kinderarbeid niet uitbannen. Als je dan stopt komen Chinese bedrijven in je plaats. En die hebben minder pretenties. Die regio’s hebben ontwikkeling nodig, en de uitdaging is dat op de goede manier te doen. Indonesië wil nu meer zelf grondstoffen verwerken, maar dat gaat wel op een zeer vervuilende manier. Daarom denkt hij dat we vooral op ons eigen land moeten focussen.

Op de vraag waarom recycling pas rond 2040 dominant zou worden, antwoordt Sprecher dat de batterijen in elektrische auto’s het beter doen dan verwacht, en dus veel langer mee gaan. Er zijn fabrieken voor recycling hiervan die niks te doen hebben.

Op de vraag of een verenigd Europa een verschil kan maken reageert hij dat de EU een gigantische markt is, dat we goede bedrijven hebben, deskundige mensen, kapitaal. We moeten een goede industriepolitiek hebben. Maar regeringen maken zich afhankelijk van consultants, die vooral geïnteresseerd zijn in meer rapporten schrijven. Onze regeringen zijn incompetent, dat blijkt bijvoorbeeld wel uit de toeslagenaffaire.

Alejandro Gonzales beantwoordt de vraag of we naar 100% recycling kunnen. Hij denkt dat dat een illusie is tenzij we de vraag stabiliseren. Dat wil o.a. zeggen dat we met minder auto’s toe moeten kunnen. Ook moet het productieproces veranderen, zodat de producten ontworpen zijn voor hergebruik en recycling. Als batterijen volgens een uniforme standaard gemaakt worden is recycling veel makkelijker. 

Hij benadrukt nog eens dat de landen die grondstoffen leveren niet welvarend worden van de mijnbouw. Dat was in het verleden ook niet zo. Ze moeten aan economische diversificatie werken. 

Wat China betreft: zo’n 90% van de elektronica wordt vandaag daar geproduceerd. Dat heeft geen problemen gegeven maar als er een handelsoorlog uitbreekt dan is het dat wel. Maar er zijn ook veel Europese bedrijven actief in China, en omgekeerd, er zijn samenwerkingsverbanden.

Op de vraag waarom een groot initiatief voor een Zweedse batterijenproductie is gestrand, antwoordt Gonzales dat ze daar alles tegelijkertijd wilden. Ze waren afhankelijk van Aziatische werknemers, het management was slecht. In China gaat het zo: je zet 50 bedrijven op, een deel haalt het niet maar de anderen gaat het prima. In de EU doen we het met één tegelijk, en te snel, zonder lokale kennis. Het moet langzamer en breder.

Sprecher is pessimistisch over de kansen van een inclusieve EU benadering naar Afrika, waar niet alleen naar grondstoffen wordt gekeken maar ook naar de lokale toegang tot duurzame energie, ook om de concurrentie met China daar teweer te staan. Hij stelt dat binnen de EU zelf weinig bereikt wordt, waarom zou het dan in Afrika wel lukken? Gonzales voegt toe dat we nu in een multipolaire wereld zitten. De EU moet structurele barrières slechten, voor gelijkwaardige relaties gaan, zoals handelsbeleid wat lokale waarde toevoeging bevordert, lokale industrieën. Sprecher is daar pessimistischer over. China is een makkelijk alternatief voor deze landen als de EU met allerlei eisen komen, hoe goed ook bedoeld. Maar Gonzales vindt dat de EU moet praten over win-win afspraken, waarin duidelijk is wat er voor Afrika inzit, brede industrie ontwikkeling, kwijtschelden van schulden en hergebruik in Europa.

Op de vraag hoe de grote bedrijven zelf aan vernieuwing werken antwoordt Gonzales dat er wel veranderingen zijn, zoals vervanging van nikkel en cobalt voor batterijen met fosfaat. Maar fosfaat is ook essentieel voor kunstmest, dus in de voedselproductie kan dit weer slecht uitpakken. Aan recycling wil het bedrijfsleven wel meewerken, maar het zoeken van niet materiele alternatieven e.d. is niet in het belang van hun aandeelhouders.

Sprecher wil onderzoeken of de vraag naar fosfaat op deze manier echt zo zou toenemen dat het een gevaar wordt voor de kunstmestproductie. Er zijn veel opties om batterijen te maken. Prijsontwikkelingen zijn belangrijke factor. De prijs van cobalt zakte enorm omdat Chinese bedrijven het niet meer gebruikten. Toen het heel goedkoop werd, gingen die bedrijven het weer gebruiken. Chinezen proberen gewoon alles uit en zien wel wat aanslaat.

Sprecher stelt tenslotte dat het op zich een interessant idee is om in de EU te besluiten om met één type batterij te werken, en dat vol te houden, maar dan zou dat op basis van een hele goede lange termijnvisie moeten zijn, waaraan vastgehouden wordt, en de technische kennis zou er moeten zijn om het uit te voeren.

Verslaglegging John Hontelez