Vraagstelling: Wat is de visie vanuit Afrika zelf op zijn energietransitie en op samenwerking met Europa?
Spreker: Saliem Fakir, directeur van de African Climate Foundation.
Samenvatting en conclusies:
- Afrika is een divers continent, er zijn grote verschillen tussen de landen. Dus regionale benaderingen nodig.
- Van de ruim 1 miljard inwoners hebben 600 miljoen mensen geen toegang tot elektriciteit, hebben alleen hout en houtskool tot hun beschikking. Is niet altijd kwestie van geen aansluitingen hebben, maar ook van te hoge kosten voor armen.
- Verder zijn fossiele bronnen nog dominant, groene energie staat in de kinderschoenen.
- Afrika kent een paradox die opgelost moet worden: Afrika is zeer rijk aan bouwstenen voor de mondiale energietransitie (grondstoffen, waterstof, zonne-energie, ruimte) , maar kent in de praktijk een zeer grote energiearmoede.
- De energietransitie in Afrika gaat, zoals overal, niet alleen om ‘Klimaat’ en vermindering van broeikasgas uitstoot, maar ook om sociale ontwikkeling.
- Just Energy Transition Partnership is een successtory. Een programma waarin Zuid-Afrika samenwerkt met EU, VS, Frankrijk, Duitsland en het VK, om van kolen naar schone energie over te stappen in Zuid Afrika.
- Mission 300 is een initiatief van de Wereldbank Groep en de African Development Bank, dat voor kapitaal kan zorgen om het doel te halen om voor 2030 300 miljoen mensen aan te sluiten op elektriciteit.
- Een belemmering bij de uitrol van zon- en wind is dat de begin-investeringen relatief hoog zijn t.o.v. gebruik van kolen, gas of olie, waar de meeste kosten geleidelijk komen met de aanschaf van brandstof. Daar komt bij dat leningen voor dergelijke projecten doorgaans met hogere rentes te maken hebben dan in Europa vanwege de credit ratings van de betreffende landen.
- Er is hevige concurrentie rond toegang tot Afrikaanse schaarse metalen. China domineert, de VS en Saoedi Arabië komen op. EU moet een gelijkwaardig partnerschap ontwikkelen met Afrika, waarin samengewerkt wordt aan een gemeenschappelijke agenda, gericht op zowel export van grondstoffen en schaarse metalen voor Europa als op de uitrol van toegang tot elektriciteit in Afrika.
- Het EU besluit om vanaf 2026 klimaat-invoerrechten te heffen voor producten uit landen die geen interne CO₂-heffingen hebben (CBAM), zal nadelig uitpakken voor de betreffende Afrikaanse sectoren (staal, aluminium, cement). Schone productie van die productie is nog te duur. Terwijl het juist belangrijk is om meerwaarde met Afrikaanse grondstoffen vooral in Afrika te realiseren.
- Groene waterstof projecten in Afrika hebben te maken met gebrek aan kapitaal. Grijze waterstof is goedkoper, en het hele proces van omzettingen en transport kost veel energie.
- De rol van China neemt toe: Heeft weer 60 miljard dollar beloofd voor projecten die in de ogen van de leiders van Afrikaanse landen aantrekkelijker lijken dan die van de VS of EU.
- EU is bureaucratisch, individuele EU landen flexibeler. Er zijn veel regels voor Europese bedrijven die in Afrika willen investeren en er is te weinig ondersteuning. Het overleg met individuele EU-landen gaat vaak beter dan met de EU zelf.
- De EU moet een lange termijnvisie ontwikkelen over de relatie met Afrika. Hoe kunnen Europa en Afrika tot een ‘just and equal partnership’ komen? Evalueer eerst samen hoe de huidige samenwerking eruit ziet. Dat vereist een ‘honest conversation’. Revitaliseer die onderlinge relatie vervolgens. Het huidige partnerschap kent toch teveel nadruk op de Europese belangen. Kom tot een’ New Deal Europe-Africa’, met in ieder geval aandacht voor elektrificatie, zowel netinfrastructuur als lokale, autonome oplossingen, en ten tweede landbouw.
Inleiding Saliem Fakir
Fakir is oprichter en directeur van de African Climate Foundation (ACF): https://africanclimatefoundation.org/ .
ACF is 4,5 jaar geleden opgericht, als onafhankelijke stichting. Hoofdkantoor in Kaapstad, en kantoren in Ethiopia, Kenia, Nigeria, Tanzania en Senegal. Het heeft ook activiteiten in Malawi, Zambia, DRC en Marokko. En contacten in nog 20 landen.
Voorheen werkte Fakir voor WWF Zuid-Afrika als hoofd van de Policy and Futures Unit. Hij heeft o.a. ook aan het Centrum voor Hernieuwbare en Duurzame Energie van de Stellenbosch Universiteit gewerkt en was Directeur van IUCN-Zuid Afrika.
Hij begint zijn inleiding met het benadrukken van de diversiteit van Afrika: 54 landen, 2000 talen, de meeste landen zijn arm, enkelen zijn rijk. Zowel de bevolking als de economieën groeien snel. Er is veel staal en cement nodig. Er is bovendien gebrek aan toegang tot energie (nog 600-700 miljoen mensen hebben geen toegang tot elektriciteit) en digitale bereikbaarheid voor grote delen van de bevolking.
Wat klimaat betreft kijkt ACF zowel naar mitigation als adaptation. Bij dat laatste gaat het om omgaan met extreem weer en de gevolgen, droogte, hitte en wateroverlast. Hij wijst naar de gebeurtenissen in Valencia, een paar maanden terug, om te laten zien dat klimaatverandering tot extreme gebeurtenissen en gevolgen leidt, ook in de rijke landen met goed functionerende nationale en lokale overheden en financiële middelen. In Afrika zijn dergelijke gebeurtenissen nog moeilijker te beheersen.
Afrikaanse landen zijn nog sterk afhankelijk van fossiele bronnen, die op het continent volop voorradig zijn. In Zuid-Afrika zijn kolen voor 90% de brandstof, in Nigeria olie. Zuid-Afrika hoort bij de twintig landen met de grootste uitstoot van broeikasgassen wereldwijd. In de internationale handel gaat carbon pricing een rol spelen, zoals de EU heffingen op importen (CBAM). Alleen dat is al een motief voor transitie.
De energietransitie in Afrika gaat, niet alleen om ‘Klimaat’ en broeikasgas uitstoot vermindering, maar ook om sociale ontwikkeling Er is een groot potentieel aan schone bronnen, maar momenteel vaak nog te duur.
Ook in Zuid-Afrika sluiten de hoge kosten voor elektriciteit de armen uit. Zij gebruiken vooral hout en houtskool. De elektriciteit gaat hier vooral naar mijnbouw en export-georiënteerde activiteiten.
De uitdaging is om de transitie zo uit te voeren dat meer mensen er van kunnen genieten zonder in de schulden te geraken.
ACF kijkt naar goedkope manieren om elektrificatie op te schalen, niet noodzakelijkerwijs met grote netten. Belangrijk is om de kosten in de hand te houden met een gesegmenteerde, geleidelijke aanpak. Met experimentele benadering waarbij het belangrijk is meteen de onderontwikkeling aan te pakken.
Een successtory in Zuid-Afrika is het “just energy partnership”: Uit diverse landen is zo’n 1,5 miljard dollar opgehaald hiervoor (JH: Zuid-Afrika, Frankrijk, Duitsland, UK, USA en EU). Hiermee worden kolencentrales stilgelegd, nieuwe netten aangelegd, nieuwe systemen toegepast. Ook plaatselijke bedrijven worden betrokken bij de financiering.
In Zuid-Afrika staat voor 40.000 MW aan kolencentrales. 3 of 4 worden stilgelegd en in reserve gehouden, de meeste anderen werken niet op volle capaciteit. Er is veel stroomuitval. De regering heeft nu beperkingen versoepeld voor decentrale productie en in één jaar is 5000 MW aan zonnepanelen gerealiseerd.
In andere delen van Afrika moet nog veel gebeuren. Probleem bij schone energie is dat de installatie-investering relatief hoog is (waarna de bron voor stroom gratis is). Een kolencentrale is bij aanvang relatief goedkoper (terwijl vervolgens de brandstof geld blijft kosten).
Landen en regio’s binnen landen hebben verschillende kansen en complicaties. Er is een subregionale aanpak nodig. Bijvoorbeeld: Botswana heeft veel betere natuurlijke omstandigheden, kan stroom naar Namibië uitvoeren.
Ook is een strategisch partnerschap met westerse landen nodig.
Discussie:
Begrijpelijk dat bij hernieuwbare energie het startkapitaal relatief hoger is dan bij fossiele brandstoffen. Maar waarom is dat in Afrika een extra probleem? Fakir: dat geldt niet alleen voor groene energie. Het komt door de financieel-economische situaties van de landen, met slechte credit-ratings. Investeerders zien het als hoog-risico investeringen, wat leidt tot hoge rentes. Dit is niet altijd terecht, dat is de macht van het grootkapitaal. We moeten de diaspora ook aanspreken voor hulp en de belasting basis verbeteren.
Het Mission 300 initiatief van de Wereld Bank Groep en de African Development Bank kan voor kapitaal zorgen. Doelstelling is om tot 2030 voor 300 miljoen mensen elektriciteitsaansluiting te realiseren. Maar er wordt vooral naar de aanbod kant gekeken, niet naar de vraag- en ontwikkelingskant, dat moet beter.
Over het effect van het EU besluit om vanaf 2026 bepaalde importen (o.a. staal, cement, kunstmest) uit landen een koolstof-heffing op te leggen, tenzij die landen zelf zo’n heffing hebben ingesteld (CBAM): Fakir stelt dat er binnen de EU onenigheid hierover is en dat het wordt uitgesteld (dat is bij ons niet bekend, JH). Fakir verwacht dat Trump er ook voor gaat liggen en dat er repercussies komen voor de Europese autofabrikanten, boeren.
Fakir denkt dat CBAM Afrika zal benadelen, zoals de aluminium export van Namibië, cement en aardolieproducten uit andere landen. Het is nog te duur om staal met waterstof te produceren. Verwijst naar een rapport van CBAM over dit onderwerp: https://africanclimatefoundation.org/news_and_analysis/implications-for-african-countries-of-a-carbon-border-adjustment-mechanism-in-africa/
Op de vraag wat Fakir vindt van EU steun aan groene waterstof-productie in Afrika. Hoe voorkomen kan worden dat dat een nieuwe vorm van koloniale uitbuiting wordt, en hoe kan er voor gezorgd worden dat er meer toegevoegde waarde in Afrika blijft, zoals productie van groene vliegtuigbrandstof, kunstmest e.d. Antwoordt hij dat ACF het project in Namibië (zie verslag webinar 3) heeft gesteund, omdat dat een verlichte aanpak is, met aandacht voor lokale groene productie. De omstandigheden zijn daar gunstig, vooral wat wind betreft. Maar verder heeft hij buiten Europa nog geen goede waterstofprojecten gezien. Wellicht is Egypte kansrijk vanwege de nabijheid bij Europa.
Hij ziet drie belemmeringen:
- Gebrek aan kapitaal hiervoor, en trend lijkt verkeerde kant op, zie VS, maar ook Duitsland.
- Groene waterstof kan moeilijk concurreren met grijze waterstof. Dat laatste zal je moeten verbieden.
- Er gaan veel energie verloren in het proces, omzettingen en transport.
De EU heeft groene waterstof gepromoot in de Green Deal, maar de problemen worden duidelijk. Zou beter zijn als Europese landen hun industrie naar de Afrikaanse groene energieproductie toe verhuizen, maar dat zie hij niet gebeuren.
De eerste acties van Trump gaan nadelig voor Afrika uitpakken, met name het uitstappen uit WHO en het opschorten van ontwikkelingshulp, wellicht komt er nog meer. Ook toekomst van het AGOA (het African Growth and Opportunity Act), waarmee landen in sub-Sahara Afrika preferentiële toegang tot de VS markt hebben is onzeker. Hij verwacht dat de VS wel zal kijken naar de concurrentie met China en het daarom niet zomaar zal opheffen.
China is z’n relaties met Afrika aan het herijken en intensiveren. Weg van het Angola model, wat neer komt op leningen voor grondstoffen. Het Forum for China, waar elke 2 jaar de staatshoofden van de Afrikaanse landen met die van China bijeenkomen, is een belangrijk gremium. Recent is in dat kader 60 miljard dollar beloofd, deels voor klimaat-gerelateerde investeringen. In Afrika wordt werken met China als voordelig gezien omdat het betere deals lijken dan die met EU of VS.
Fakir: Het is tijd voor democraten wereldwijd om zich te verenigen, tegen Trump, China en Rusland.
Toch is hij niet te pessimistisch over relaties tussen Afrikaanse landen en Europese landen. Frankrijks troepen zijn wel uit enkele Afrikaanse landen gegooid, maar Zuid Afrika heeft bijvoorbeeld goede relaties met o.a. Nederland, Duitsland en België.
De EU als zodanig wordt als bureaucratisch ervaren, blokkeert daarmee een innovatieve, strategische aanpak. Heeft strenge eisen. Nu is de EU in paniek vanwege de jacht van China op schaarse metalen, en ook de VS en Saudi Arabië komt op. De EU moet een speciale unit opzetten die de bureaucratie omzeilt.
Fakir is speciaal adviseur van de Global Council for Responsible Transition Minerals, hij leert daar o.a. over de problemen met de samenwerking met de EU
- Europese bedrijven vinden investeren in Afrika risicovol. De EU helpt niet. Mijnbouw is sowieso een riskante sector, met grote schommelingen in prijzen. Aandeelhouders eisen korte terugverdienperiodes.
- Europese bedrijven krijgen verplichtingen die anderen niet hebben, zoals vereisten omtrent de toeleveringsketens, Environmental and Social Governance (ESG), etc.
- Er is paniek in Europa vanwege het succes van China om bijv. grafiet, lithium en kobalt in handen te krijgen. Ook de VS en Saudi Arabië komen op op.
De EU moet naar een nieuwe benadering zoeken, pragmatisch, bijvoorbeeld met een speciale unit die de bureaucratie kan omzeilen.
De vraag wordt gesteld of een gelijkwaardig partnerschap tussen de EU en Afrika zou moeten bestaan uit het ruilen van schaarse metalen tegen ondersteuning voor het realiseren van meer toegang tot energie binnen Afrika. Fakir bevestigt dit en vindt dat er dan “out of the box” gedacht moet worden. Zijn organisatie gaat zich hier nu mee bezig houden. Wil een Critical Minerals Facility opzetten, samen met de EU en landen in het Midden Oosten. Dat is lange termijn.
ACF heeft op de dag van het webinar een Green Industries Panel gelanceerd om overheden te adviseren. Voor een integrale benadering: het tegelijkertijd ontwikkelen van industriële capaciteit, procedures, kapitaal, R&D en ecosystem kennis mobiliseren. Lokale bedrijven moeten in staat gesteld worden met mondiale bedrijven in zee te gaan. Ook om kapitaal op te halen. Grote bedrijven zoals Siemens, Philips etc. hebben vaak een betere credit ratio dan Afrikaanse regeringen, kunnen daardoor tegen lagere rentes lenen.
Meerwaarde moet meer in Afrika zelf geschapen worden, Zuid-Afrika en Marokko zijn landen waar dat heel goed kan, zouden voorbeelden kunnen worden voor andere landen. Ook Ethiopië probeert het. In DRC komt er niets van terecht, is te instabiel.
Op de vraag hoe je gelijkwaardige partnerships opbouwt, antwoordt Fakir:
a. Evalueer eerst samen hoe de huidige samenwerking eruit ziet. Dat vereist een ‘honest conversation’.
b. Revitaliseer die onderlinge relatie vervolgens. Het huidige partnerschap kent toch teveel nadruk op de Europese belangen.
c. Kom tot een’ New Deal Europe-Africa’, met in ieder geval aandacht voor elektrificatie, zowel netinfrastructuur als lokale, autonome oplossingen, en voor landbouw.
Verslaglegging: John Hontelez