PRO Duurzaamheidsnetwerk
Europa-Afrika: samen investeren in energietransitie
Een groen hoofdstuk voor de Afrikastrategie
Augustus 2026
Inhoud
1. Koers op Afrika
2. EU-AU Uitvoeringsagenda Energietransitie
3. Groene Industrie Investerings Initiatieven
4. Energy access
5. Groene Energie- en Waterstofprojecten
6. Mondiaal Noord Agenda
7. Governance
8. SDG’s 2.0
9. Samenvatting Actieplan
Deze notitie is een publicatie van het PRO Duurzaamheidsnetwerk, mede opgesteld
op verzoek van Suzanne Kröger, PRO-fractie Tweede Kamer. Velen hebben hun
inbreng gehad, waarvoor dank (zie onderaan deze notitie. De notitie bouwt voort op de
webinarserie en het Manifest over ‘Energietransitie Europa-Afrika: gelijkwaardig!’
(2025). Zie hiervoor de bijeenkomsten op deze website.
1. Koers op Afrika
Energietransitie is een thema waarop Europa en Afrika vruchtbaar kunnen
samenwerken. De recente topconferentie van Afrikaanse Unie en Europese Unie in
Luanda benoemt het als een van de prioriteiten. Samenwerking ligt dus voor de
hand, maar hoe doen we dat op een goede manier?
De Nederlandse Afrikastrategie1 zet het concept ‘gelijkwaardig partnerschap’
centraal. Onze samenwerking met Afrika moet anders, want Afrika accepteert geen
hulprelatie meer en zeker geen neokoloniale handelsrelatie.
Luister naar William Ruto, de Keniaanse president, onlangs in gesprek met de
Finse president Alexander Stubb: ‘ We need a paradigm shift in our engagement with
partners and Africa will participate in writing the rules. It is no longer about aid, but
about partnerships. No longer about assistance and dependency, but about
sovereign equality. No longer about extraction but about investments that benefit
everybody equally.’. (Kultaranta Talks 2026, Finland).
De huidige geopolitieke ontwikkelingen vragen dit ook. Ons Atlantisch
bondgenootschap met de Verenigde Staten valt uiteen en we tenderen van een
multilaterale naar een multipolaire wereld, van samenwerking en win-win resultaten
naar transactionele relaties waarbij vooral eigenbelang voorop staat. Die richting
willen wij niet op, wij willen een ander soort internationale relaties. Het nieuwe PROtoekomstkader
buitenland bepleit een ‘Waardengedreven machtspolitiek’, gebaseerd
op internationale solidariteit2. De Adviesraad Internationale Vraagstukken stelt in haar
advies ‘Nederland, Europa en het Mondiale Zuiden in een veranderende wereldorde’
(2025) dat juist nu ‘gelijkwaardige partnerschappen’ belangrijk zijn. Afrikaanse landen
accepteren een superieure houding van Europa niet meer en bovendien hebben
Europa en Afrika elkaar nodig, zeker op het terrein van energietransitie. Op zoek
naar nieuwe bondgenoten is langdurige en gelijkwaardige samenwerking dan ook de
enig denkbare route. Waarden tegenover eigenbelang. Dat is geen filantropie, geen
ontwikkelingshulp, maar wederzijds belang.
In het licht van de geopolitieke ontwikkelingen wordt in Europa gepleit voor
strategische autonomie. Europa moet minder afhankelijk zijn van andere landen voor
energie, grondstoffen en kritische mineralen, we moeten meer voor onszelf zorgen.
Maar strategische autonomie staat internationale strategische samenwerking niet in
de weg. Europa zal volledige autarkie nooit kunnen bereiken en altijd import en
handel uit andere landen nodig hebben. Langdurige samenwerking met betrouwbare
partnerlanden is een aanvulling op meer autonomie en is nodig voor meer
strategische veiligheid. ‘Strategische autonomie gaat hand in hand met strategische
verbondenheid’, stelt het PRO-toekomstkader buitenland. En Eurocommissaris
Teresa Ribera formuleert: ‘The EU cannot realise its clean industrialisation objectives
without partnerships on the global stage’(2025).
Mooie intenties zijn dus voorhanden en papier is geduldig. Maar waar moet
energiesamenwerking tussen Nederland/Europa en Afrika concreet aan voldoen, om
‘gelijkwaardig’ genoemd te kunnen worden? Hoe ziet mondiale solidariteit er dan uit?
Dat werken we in dit plan uit, als een groen energiehoofdstuk voor (een volgende
versie van) de Afrikastrategie.
Macht vanuit waarden. Voor een veilige verbonden wereld.
https://groenlinkspvda.nl/nieuws/pro-internationaal-presenteert-toekomstkader-buitenland/
De Nederlandse Afrikastrategie 2023-2032.
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/2023/05/30/de-nederlandse-afrikastrategie-2023-2032
2 EU-AU Uitvoeringsagenda Energietransitie
● Actie 1. Beleidsplannen zijn er genoeg. EU en AU moeten nu een concrete
Uitvoeringsagenda voor energietransitie opstellen, gericht op wederzijdse prioriteiten.
Die prioriteiten zijn verschillend, voor Afrika vooral energy access en groene
industrialisering, voor Europa vooral grondstoffen en groene waterstof. Laat deze
Agenda een kader vormen voor concrete samenwerkingsprojecten tussen landen en
regio’s. Dus van prioriteiten naar projecten.
Afrika en Europa staan beide voor een geweldige energietransitie-opgave, maar de
prioriteiten zijn verschillend. Afrika heeft de potentie het Powerhouse en de
Resource-hub van de duurzame wereld te worden, maar kampt met energiearmoede
en werkeloosheid. Europa bouwt aan een nieuw energiesysteem op basis van wind
en zon, maar kampt met schaarse grondstoffen en netcongestie. Europa zoekt in
Afrika grondstoffen en (toekomstige) groene waterstof voor zijn transitie, maar wat
zijn Afrika’s prioriteiten? Een gelijkwaardig partnerschap begint met goed luisteren
om een helder beeld van de wederzijdse prioriteiten te krijgen. Saliem Fakir, directeur
van de African Climate Foundation, horen we dan bijvoorbeeld zeggen: ‘Hoe lossen
we de Afrika-paradox op: dat is onze uitdaging! Die paradox is dat Afrika alle
mogelijkheden bezit om het ‘powerhouse’ van de internationale energietransitie te
worden, maar in de praktijk arm is en afhankelijk van andere landen en bedrijven’.
Prioriteiten voor de Afrikaanse energietransitie zijn uit verschillende
documenten te lezen, waarbij het accent valt op Sub-Sahara-Africa. De African
Climate Foundation heeft recent (2025) een rapport ‘Strategic imperatives for Africa’s
future’ gepubliceerd. Een groep Afrikaanse energie-experts formuleerde prioriteiten in
het ‘Just transition report (2022). IRENA, het internationaal energie-agentschap,
kwam ter voorbereiding van de G7-top in 2024 met het rapport ‘The energytransition
in Africa’. Kort samengevat komen daaruit drie prioriteiten naar voren. Groene
energie voor iedereen toegankelijk maken, dus ook voor de 600 miljoen die dat nog
ontberen. Meer groene industriële activiteit en meer werkgelegenheid. En ten derde
een energievoorziening met een decentraal, lokaal karakter waarbij lokale
waardecreatie, participatie en empowerment centraal staan.
Afrika heeft zijn prioriteiten daarmee helder en is aan de slag. Sinds de Africa
Climate Summit in Nairobi (2023) lopen er grote investeringsprogramma’s gericht op
die prioriteiten, met grote financieringsbehoeften en -fondsen. Zeker in de komende
jaren vraagt de energietransitie in Afrika om grote investeringen. Dat is een kans die
Europa c.q. Nederland niet mag missen.
Energietransitie vormt dus een gezamenlijke opgave, maar met
onderscheiden prioriteiten. Afrika kan Europa bijstaan op het punt van grondstof en
groene waterstof, Europa kan Afrika bijstaan bij de opgaven van energy access en
groene industrialisering en de daarmee verbonden investeringen. Die prioriteiten
vormen een gezamenlijke groene agenda. Aan de kant van de EU zijn er inmiddels
verschillende programma’s gericht op zo’n energie-agenda, zoals het Global 4 Gateway Africa-Europe Investment package, de Just Energy Transition Partnerships,
de Joint Vision for 2030 en het Africa-Europe Green Energy Initiative. Het is nu zaak
deze plannen te voorzien van een echt concrete uitvoeringsagenda waarbij de
wederzijdse prioriteiten centraal staan en die kan dienen als raamwerk voor
gezamenlijke investeringsprojecten van landen of regio’s.
3. Groene Industrie Investerings Initiatieven
● Actie 2. Europese en Afrikaanse overheden en bedrijven moeten gezamenlijk
investeren in groene industrialisering, met twee sporen
.a. Nieuwe internationale industriële waardeketens, zoals groen ijzer en staal,
ammoniak en kunstmest, batterijen en kritieke grondstoffen.
.b. Vergroening van bestaande Afrikaanse industriële sectoren en clusters, zoals
landbouw en voedsel.
Selecteer en start met enkele concrete flagship-projecten, waarin Afrikaanse lokale
waardecreatie, Europese technologie en afzetmarkten, en gezamenlijke financiering
samenkomen.
● Actie 3. Mobiliseer de Nederlandse (en Europese) industrie voor gezamenlijke
groene investeringen in Afrika. Ga na bij welke sectoren en sleuteltechnologieën de
Nederlandse (duurzame) energiesector een meerwaarde kan hebben.
Versterk de bestaande Nederlandse Team National/Global Gateway-functie tot een
krachtig loket voor de ontwikkeling van grootschalige groene industrieprojecten.
Breng Nederlandse (en Europese) bedrijven vroegtijdig samen met Afrikaanse
bedrijven en overheden, ontwikkel gezamenlijke consortia en combineer
projectontwikkeling, publieke en private financiering, garanties, exportfinanciering en
Europese Global Gateway-middelen.
Energietransitie en economische ontwikkeling zijn in Afrika nauw verbonden.
Duurzame energie, bedrijvigheid, werkgelegenheid, inkomen liggen in elkaars
verlengde. Groene industrialisering, in kleine en grote vorm, staat centraal. Op het
platteland kan met zonnepanelen een duurzaam bedrijf(je) opgezet worden, in
stedelijk gebied kunnen grotere vormen van duurzame bedrijven(terreinen) lokale
werkgelegenheid en inkomen genereren.
Zo is als vervolg op de Nairobi Climate Summit het African Green
Industrialisation Initiative gestart (AGII, 2023) dat zich richt op realisatie van een
aantal groene industriële clusters. Aangeduid worden groene energie productie,
(eigen) verwerking van grondstoffen, groene waterstof, groene ammonia voor
kunstmestproductie, groene synthetische brandstof voor scheep- en luchtvaart ,
biobased bouwmaterialen en cement.
Naast industriële clusters zijn er ook diverse sectoren in Afrika waar
vergroening gewenst of in ontwikkeling is. De African Climate Foundation signaleert
mogelijkheden in sectoren als automotive en aerospace in Marokko, kunstmest en
farmaceutica in Egypte, katoen, babyvoeding, agro-processing en batterijen. Rond
toepassing van duurzame energie in de agrosector is inmiddels zelfs een Agri-Energy
Coalition van bedrijven gevormd.
Een stap verder valt te denken aan een echte ‘industriële samenwerkingsprojecten’
waarbij we Afrika en Europa als één industriële zone beschouwen. Laten
we bijvoorbeeld samen groen staal produceren en de Afrikaanse zon benutten. De
eerste productiefase van groen ijzererts kan dan in Afrika plaatsvinden, in Europa
bewerken we dat verder tot hoogwaardig staal. De Maastrichtse denktank ECDPM
heeft samen met Afrikaanse stakeholders hiervoor een concreet plan uitgewerkt en
laten zien dat zo grote klimaatwinst te behalen valt3. Andere plannen zijn uitgewerkt
voor ammoniak en groene kunstmest, voor aluminium en voor batterijen. Dat is echt
gelijkwaardige samenwerking. Laten Afrikaanse en Europese landen, regio’s of
industriële clusters initiatieven nemen tot dergelijke industriële samenwerking en
enkele flagship-projecten starten.
Europa en Nederland moeten op al deze industriële ontwikkelingen en op de
investeringskansen die deze bieden, actief inspelen en de concurrentie met andere
spelers aangaan. China en de VS zijn andere grote investeerders, maar ook Frankrijk
is onlangs al individueel een partnerschip aangegaan rond zonne-energieinvesteringen
(met een omvang van €27 miljard euro). De Europese industrie moet
sterker samenwerken om die investeringskansen te benutten, en Nederland moet als
lidstaat zeker meedoen. De EU heeft in de Clean Industrial Deal de Clean Trade and
Investment Partnerships (CTIP) geïntroduceerd. Handel, investering, financiering en
regelgeving worden hierin gecombineerd, een veel integralere aanpak dan de
gebruikelijke Free Trade Agreements (FTA). Dit lijkt een goede stap van Europa om
effectief bij te dragen aan Afrika’s groene industrialisering. Mobiliseer dus de
Europese industrie en mobiliseer private financiering voor groene industrialisering in
Afrika en voor de investeringskansen die dit biedt.
Nederland kent een goede Hernieuwbare energiesector, die zeker een
grote(re) rol van betekenis kan spelen bij vergroening van industriële sectoren en
clusters in Afrika. Belangrijk is na te gaan bij welke sectoren en met welke
sleuteltechnologieën we de meeste meerwaarde kunnen hebben. Zo bestaat er al
een Agri-Energy Coalition die duurzame energie meer wil toepassen in landbouw- en
voedselsector (van Mondiaal Zuid). Energie en water of energie en e-mobility zijn
mogelijk andere snijvlakken.
Laat de overheid de Hernieuwbare energie- en andere industriële sectoren
hiervoor mobiliseren. Sinds kort bestaat er al een Nederlands Team National voor de
3 Competitive interdependence: A new era for Europe-Africa industrial and energy cooperation
(ECDPM, 2025). https://ecdpm.org/work/competitive-interdependence-new-era-europe-afric…-
and-energy-cooperation Global Gateway Investment Hub. Daarin zitten Buitenlandse Zaken, Invest
International, FMO, Atradius Dutch State Business, RVO en VNO-NCW. Nederlandse
bedrijven kunnen daarmee grote publiek-private projecten richting de EU Global
Gateway brengen en ondersteuning krijgen bij financiering, garanties, technische
assistentie, partners en politieke steun. Dat is een goede stap, versterk die ‘Green
Investment Facility’ functie van de Nederlandse overheid verder.
4. Energy Access
● Actie 4. Het kabinet moet de Nederlandse doelstelling, zoals geformuleerd in de
Internationale Klimaatstrategie 2022, om voor 2030 100 miljoen mensen van
hernieuwbare energie te voorzien opnieuw bekrachtigen, en verbinden met
voldoende middelen en concrete uitvoeringsprogramma’s.
● Actie 5. Maak het Mission300 initiatief van Wereldbank en Afrikaanse
Ontwikkelingsbank tot een succes. Nederland kent een sterke Hernieuwbare
energiesector. Mobiliseer Nederlandse bedrijven, financiers en kennisinstellingen om
deel te nemen aan de investeringsprojecten die voortkomen uit het Mission300
initiatief. Versterk het NL Energy Compact als gezamenlijk platform.
● Actie 6. EnDev (Energizing Development) is een succesvol programma t.a.v.
energy access. Toch blijft een vraag hoe we de allerarmsten zo goed mogelijk weten
te bereiken. Het EnDev programma loopt ten einde. Politiek en ngo’s moeten
nadenken over een goede en effectieve opzet van een ‘EnDev 2.0’ programma.
● Actie 7. Betrek de Afrikaanse Diaspora structureel bij het Nederlandse energy
access beleid en de ontwikkeling van projecten. Benut hun kennis, lokale netwerken,
ondernemerschap en investeringskracht om projecten beter te laten aansluiten bij de
Afrikaanse lokale behoeften en het maatschappelijk draagvlak in Nederland te
vergroten.
De andere, zeker zo belangrijke prioriteit van Afrika’s energietransitie is
energietoegang voor iedereen. 600 miljoen mensen, vooral op het platteland van
Sub-Sahara Afrika, hebben nog geen toegang tot groene elektriciteit en 2 miljard
koken nog op hout of houtskool, met alle gezondheidsproblemen van dien. Willen we
waardengedreven politiek bedrijven dan moeten we dit zeker aanpakken. Energy
access en economische ontwikkeling moeten daarbij hand in hand gaan. Het accent
in de energy access aanpak is dan ook geleidelijk verschoven van
basisvoorzieningen als solar home systems naar hernieuwbare energie toepassingen
rond bedrijvigheid, aangeduid met PURE, Productive Use of Renewable Energy. Op
kleine schaal valt dan te denken aan het starten van een winkel om mobiele
telefoons op te laden, een café met gekoelde dranken, of een naai-atelier met
elektrische naaimachines. Een ander voorbeeld zijn de ‘green business area’s’ voor
start-ups , die de ngo GERES initieert in Mali: bedrijfsruimte voorzien van een
zonnepark voor 24-uurs groene energie en cursussen voor de startende
ondernemers, die zelf mede het park beheren. Nog een stap groter zijn de groene
bedrijventerreinen, die hier en daar opgezet worden en lokaal werkgelegenheid en
daardoor inkomen genereren, waardoor inwoners in de regio meer welvaart (en
energiegebruik) kunnen bereiken. Decentrale energiesystemen nemen inmiddels ook
grotere vormen aan, naast Meshgrids (wijk) en Minigrids (dorp) zijn er nu ook
Metrogrids (regio).
Gericht op energy access lopen er inmiddels grote programma’s, met grote
investeringsbehoeften en budgetten. De Europese Unie richt zich met het Global
Gateway programma op energy access voor 100 miljoen mensen in 2030. Afrika zelf
kent sinds 2024 het Accelerated Partnership for Renewables in Africa (APRA),
gericht op zowel uitbreiding van het stroomnet als op off-grid energiesystemen. En
recent hebben World Bank en de African Development Bank het Mission300 initiatief
gestart, dat beoogt voor 2030 300 miljoen mensen van groene energie te voorzien.
Dit programma richt zich mede op decentrale toepassingen op het platteland, vooral
gericht op lokale bedrijvigheid (PURE). Al 30 Afrikaanse landen hebben in dit kader
een nationaal energieplan, een ‘National Energy Compact’, opgesteld.
Mission300 biedt investeringsmogelijkheden op energiegebied en Nederland
mag die kans niet missen. Nederland is betrokken bij de opzet van het programma
en geeft er al een financiële bijdrage eraan. Bovendien kent Nederland zelf een
energy access doelstelling, in de Internationale Klimaat Strategie (IKS 2022) is
opgenomen dat we voor 2030 100 miljoen mensen van hernieuwbare energie willen
voorzien. Het kabinet Schoof heeft dit doel echter afgezwakt, het is dus wel zaak dat
het huidige kabinet deze doelstelling opnieuw bekrachtigt en vervolgens van
Mission300 een succes maakt. Nederland kent een goede Hernieuwbare
energiesector, laat die de investeringskansen die Mission300 biedt benutten en zo
een relevante bijdrage geven aan energy access en groene bedrijvigheid in Afrika.
Mobiliseer de sector en versterk bijvoorbeeld het bestaande NL Energy Compact
platform van ngo’s en (kleine) zonnebedrijven, gecoördineerd door RVO en MinBuZa.
Nederland neemt ook deel aan het multi-donor programma Energizing
Development. EnDev is gericht op energy access en clean cooking en is momenteel
in 20 landen actief, met name lage en middeninkomens landen. Focus ligt op
marktontwikkeling via resultaatgerichte financiering. EnDev is ruim 20 jaar geleden
gestart en inmiddels zijn ruim 36 miljoen mensen lokaal bereikt. Deze aanpak met
sterke focus is dus behoorlijk succesvol, maar anderzijds blijft het zoeken naar de
meest effectieve manier om de allerarmsten te bereiken. Deze consumenten zijn niet
kapitaalkrachtig en de aanschafkosten van zonnesystemen en efficiënte cookstoves
zijn vaak te hoog. Bedrijven die deze armere en kwetsbare groepen juist wél zouden
kunnen bereiken, worstelen met beperkte business skills, met business plannen die
als te risicovol beoordeeld worden en met gebrekkige toegang tot lokale financiering.
EnDev probeert hen daarbij te ondersteunen en te versterken. De looptijd van EnDev
is tot eind 2026 en het is dus hard nodig nu na te denken over een ‘EnDEv 2.0’ voor
de komende jaren. Technologie ontwikkelt zich, de wereld verandert, nieuwe
partnerschappen ontstaan, hoe bereiken we zo effectief mogelijk energy access en
economische ontwikkeling voor de allerarmsten?
Nederland telt ruim 600 duizend inwoners met Afrikaanse achtergrond. Zij zijn
verenigd in het African Diaspora Policy Center (ADPC) en in tal van organisaties.
Veel groepen zijn actief rond energy access in hun thuislanden. Jaarlijks investeert
de Nederlandse Diaspora zo’n €400 miljoen in energy access projecten daar. De
Diaspora is een bron van kennis over (de landen in) Afrika en de energiebehoeften
daar. De Diaspora biedt een groot netwerk, zowel daar als hier. Betrek de Diaspora
bij formulering en uitwerking van het Afrika-beleid en projecten rond energietransitie.
Beleid en uitvoering kunnen er effectiever door worden. Bovendien kan de Diaspora
een goede rol spelen bij versterking van het maatschappelijk draagvlak.
5. Groene Energie- en Waterstofprojecten
● Actie 8. Eerlijke handel is waardengedreven, het gaat om geven en nemen.
‘Handel en SDG’s’ moeten daarom hand in hand gaan. Energie- en groene
waterstofprojecten moeten niet alleen op export gericht zijn, maar ook bijdragen aan
lokale ontwikkeling. Formuleer een heldere ‘Just and Equal’-standaard voor projecten
en zorg dat Europese (en Nederlandse) regelgeving daaraan voldoet. Zorg voor
strikte controle en handhaving.
● Actie 9. Laat het IMVO-convenant ook betrekking hebben op de SDG’s voor
energy access en groene industrie (7,8,9). Breng groene waterstofprojecten onder
het IMVO-convenant voor de Hernieuwbare energiesector.
● Actie 10. Het Hyphen groene waterstofproject in Namibië is gestart vanuit de
Europese/Nederlandse behoefte aan groene waterstof en de wens Afrika te
ondersteunen bij groene industrialisering. Als Europa/Nederland dit serieus neemt is
nu een volgende stap nodig: zorg voor afnamegarantie via vraagcreatie en
importsubsidie.
Omgekeerd heeft Europa ook Afrika nodig. Europa zoekt handelsovereenkomsten
met Afrika rond strategische import van grondstoffen, energie en (toekomstige)
groene waterstof. Groene waterstof wordt geproduceerd met groene energie, dus
betekent ook een zonne- of windpark. Daarnaast wordt wel gedacht om
energieprojecten in Afrika aan te leggen voor export naar Europa, Afrika biedt meer
ruimte en zon dan Europa zelf. Dit speelt echter meer in het noordelijk MENA-gebied
dan in Sub Sahara Africa, waar we ons in deze notitie vooral op richten. En ten derde
zal de groene industrialisering (vorige paragraaf) ook energieprojecten betekenen.
In al deze gevallen zullen energie- en waterstofprojecten moeten voldoen aan
bepaalde voorwaarden in lijn met een gelijkwaardige samenwerking, zoals:
● Lokaal nut. Een project mag niet alleen exportgericht zijn, maar moet ook
bijdragen aan lokale ontwikkeling. Voor een waterstofproject betekent dat
bijvoorbeeld:
-Energie. Laat de regio mee profiteren van de groene stroom, opgewekt in het zonof
windpark. Tegen een betaalbare prijs, mogelijk moet naast de internationale
marktprijs een lokaal tarief gehanteerd worden.
-Water. Voor groene waterstofproductie is veel water nodig. Onttrek dit niet aan de
lokale landbouw. Als bijvoorbeeld zeewater ervoor gedestilleerd wordt, laat dat ook
ten goede komen aan de lokale (drink)watervoorziening.
-Waterstof. Zet de geproduceerde groene waterstof niet alleen in voor de export,
maar ook voor de lokale economie, bijvoorbeeld doordat het bijdraagt aan de lokale
kunstmestproductie of aan elektrische mobiliteit.
● Local content. Bij de projectontwikkeling, uitvoering en onderhoud moeten lokale
toeleveringsbedrijven, lokale werknemers, lokale projectmanagers ingezet worden.
● Eerlijk aandeel. Een project moet bijdragen aan lokale waardecreatie. Ook als
sprake is van export en internationale handel moet een eerlijk aandeel van de
uiteindelijke opbrengst van energie of waterstof aan de regio ten goede komen.
Bijvoorbeeld via een vastgesteld percentage afdracht.
● Zeggenschap. Er moet Afrikaanse zeggenschap zijn over het project, zeker na
oplevering. Medezeggenschap, (mede-)eigenaarschap of nationale deelneming,
direct of op termijn, moeten helder geregeld zijn.
● Verantwoord ondernemen. Er moet zorgvuldig gewerkt worden. Het project moet
voldoen aan de standaarden van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord
Ondernemen (IMVO) ten aanzien van milieu, natuur, water, arbeidsomstandigheden
en mensenrechten. Vrouwen, jongeren en andere sociale groepen moeten betrokken
worden bij voorbereiding, uitvoering en beheer van het project, en moeten mee
kunnen profiteren van het project. Just&Equal standaard
Kortom, handel in energie en groene waterstof, gericht op export, moet hand in hand
gaan met lokale ontwikkeling en met zorgvuldig werken, anders gezegd met de
Sustainable Development Goals (SDG’s). Projecten zullen daarop getoetst moeten
worden, aan de hand van een heldere en concrete ‘Just & Equal’ standaard op
basis van de genoemde voorwaarden. Dat hoeft geen nieuwe standaard te zijn, de
EU kent de CSDDD-richtlijn (Corporate sustainability due diligence directive) en
Nederland kent bijvoorbeeld het IMVO-convenant voor de Hernieuwbare
energiesector (Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen). Die
regelgeving moet niet verzwakt, maar juist versterkt en goed gehandhaafd worden.
De hier voorgestelde J&E-standaard is breder dan de CSDDD of IMVO
regelgeving. Die richten zich vooral op milieu, arbeidsomstandigheden en
mensenrechten, dus zeg maar op ‘zorgvuldig werken’. De J&E-standaard voegt hier
‘lokaal nut’ en ‘local content’ aan toe, ofwel de Sustainable Development Goals voor
energy access en groene industrie (SDG 7/8/9). Het zou goed zijn als het IMVOconvenant
ook duidelijk betrekking heeft op deze SDG’s.
Tevens zou het goed zijn als groene waterstofprojecten ook onder het IMVOconvenant
zouden vallen. Dit richt zich nu specifiek op wind- en zonprojecten.
Natuur&Milieu heeft al eens een voorstel voor importcriteria geformuleerd en
aangeboden aan de Tweede Kamer (dec 2024).In de Tweede Kamer is vervolgens
gepleit voor opname onder het IMVO-convenant, nog zonder resultaat.
Deze combinatie van ‘Handel en SDG’s’ kan mogelijk leiden tot hogere
projectkosten en daardoor tot financieringsproblemen. Echter, op deze manier
worden naast handelsdoelen ook maatschappelijke doelen gerealiseerd. Een
combinatie van ‘Handel en Hulp’ zou dan ook voor de hand kunnen liggen, waarbij
private investeringen en publieke ontwikkelingsgelden in combinatie bij
projectrealisatie ingezet worden.
Groene waterstof
Een van de landden waarmee Nederland een principeovereenkomst over groene
waterstof afgesloten heeft is Namibië. Europa heeft groene waterstof nodig voor zijn
energietransitie, produceert dat deels zelf, met name via de windparken op zee, maar
zal ook moeten importeren, zelfs 10 Mton in 2030, volgens de RePowerEU Strategy.
In Namibië is nu het Hyphen-project in ontwikkeling, interessant omdat het voldoet
aan een aantal kenmerken van de genoemde J&E standaard:
● Namibië heeft een eigen Groen Waterstof beleid geformuleerd;
● De projectdefinitie is door Namibië gedaan, via een tenderprocedure is het Duitse
bedrijf Hyphen geselecteerd voor realisatie.
● De Namibische staat zal voor 24% eigenaar zijn van het project;
● Volgens het projectplan zal een deel van de opgewekte groene energie ingevoerd
worden in het nationale stroomnet;
● Een deel van het water, dat voor de waterstofproductie uit zeewater gezuiverd
wordt, zal volgens het projectplan als drinkwater beschikbaar komen voor de
havenstad Lüderitz.
● Het project zal werkgelegenheid en local content bieden en garandeert hoge
ecologische kwaliteit.
Zowel de Europese Unie als Nederland hebben bijgedragen aan deze fase van
beleidsontwikkeling en projectopzet. De eerste stap naar groene industrialisering is
hiermee dus gezet. Rond dit jaar zou de definitieve investeringsbeslissing genomen
moeten worden. Inmiddels is echter de wereldmarkt en het perspectief voor groene
waterstof onzekerder geworden. Groene waterstof is nog duurder dan andere
vormen, en de vraag ernaar komt nog niet op gang. Vraagstimulering en
importsubsidie zijn daarom erg belangrijk om afzet te garanderen en de markt op
gang te brengen. Maar daar ontbreekt het nog aan. Een Waterstofhandelscoalitie
onder aanvoering van NLHydrogen heeft hier onlangs nog eens voor gepleit in een
Waterstofhandelsagenda, aangeboden aan de minister van Klimaat en Groene
Groei. Als Europa (en Nederland) zijn behoefte aan groene waterstof serieus neemt,
en ook zijn ambitie om Namibië te ondersteunen bij groene industrialisering, dan is
nu een volgende stap nodig, waarbij afzet van de geproduceerde groene waterstof
gegarandeerd wordt, via vraagstimulering en/of Europese importsubsidie.
6. Mondiaal Noord Agenda
● Actie 11. Om ruimte te maken verdere ontwikkeling in Afrika moeten wij, hier in
Mondiaal Noord, Vraagvermindering en Circulariteit met extra kracht ter hand nemen.
We moeten toe naar minder gebruik van energie, materialen en grondstoffen.
● Actie 12. Laat ‘strategische autonomie’ en ‘strategische partnerschappen’ hand in
hand gaan. Zoek langdurige strategische samenwerking met Afrikaanse landen. Dat
draagt ook bij aan weerbaarheid en veiligheid.
● Actie 13. Grondstofwinning en -verwerking moet aan de J&E standaard voldoen.
Europa (c.q. Nederland) moet dat nastreven, of door zelf directe grondstofrelaties
met Afrikaanse landen aan te gaan, of/en door in internationale fora als VN, WTO,
IMF strikte regelgeving, monitoring en handhaving te bepleiten.
● Actie 14. Werk aan de afbouw van fossiele brandstoffen, zet in op de resultaten
van de Santa Marta conferentie en het daar gestarte proces. Formuleer een heldere
Routekaart (in de dit jaar te publiceren actualisatie van het Nationale Plan
Energiesysteem, zoals aangekondigd in de Kamerbrief). Betrek zowel vraag- als
aanbodzijde erbij. Zorg voor een verantwoorde afbouw met het oog op
werkgelegenheid in Mondiaal Zuid.
Minder
Naast energie heeft Europa heeft ook grondstoffen uit Afrika nodig voor zijn
energietransitie. Congo levert bijvoorbeeld 70% van de wereldwijde vraag naar
kobalt, belangrijk bestandsdeel van batterijen voor bijvoorbeeld elektrische auto’s. In
het kader van de Nationale Grondstoffen Strategie heeft Nederland onlangs 17
kritieke materialen vastgesteld, vooral relevant voor zonne- en windprojecten,
batterijen en defensie-doeleinden.
Deze grondstoffenbehoefte voor onze energietransitie gaat gepaard met twee
problemen. Ten eerste zijn de voorraden begrensd en is het niet voorstelbaar dat
iedereen, dus niet alleen wij maar ook alle Afrikanen (en Chinezen en Indiërs), in
elektrische auto’s gaan rijden. En bovendien gebeurt de winning van de grondstoffen
doorgaans onder slechte omstandigheden voor arbeiders, milieu en mensenrechten.
Bovendien verdienen de lokale arbeiders slechts een fractie van wat een uiteindelijk
product als een elektrische auto kost.
Er is dus ook hier werk aan de winkel. Bovenaan onze Mondiaal Noord
Agenda staat ‘Minder en Beter’. Allereerst zullen we ons energie- en
grondstoffenverbruik moeten verminderen. Dat kan technisch, we moeten hard
werken aan isolatie, efficiencyverbetering en circulariteit. Maar we zullen ook kritisch
naar onze (alsmaar toenemende) consumptiebehoefte moeten kijken. Afrika vraagt
dat van ons, we zullen ruimte moeten maken voor verdere welvaartsontwikkeling
daar.
Beter
Ten tweede moet de winning en bewerking van grondstoffen ‘beter’, schoner, veiliger
en rechtvaardiger. De J&E standaard, zoals die hiervoor voor energie- en
waterstofprojecten geformuleerd is, moet zeker ook voor grondstofprojecten gelden.
Nu is het zo dat de meeste mijnbouw en verwerking van kritieke grondstoffen in
Chinese handen zijn en Europa niet of nauwelijks rechtstreeks grondstof uit Afrika
importeert. De vraag is dus wel wat Europa (of Nederland) gaat doen om dit te
bereiken. Of we kunnen erop inzetten om toch meer direct te gaan importeren en
daartoe met Afrikaanse landen samenwerkingsrelaties aan te gaan. We kunnen
bijvoorbeeld kleinschalige mijnbouw steunen en het European Partnership for
Responsible Mining (EPRM) verder uitbouwen. Of we kunnen uitgaan van de
bestaande situatie en inzetten op versterking van internationale regelgeving op dit
vlak via actie in internationale fora als VN, WTO, IMF en Wereldbank. In dat kader
zou ook passen om de positie van Afrika (en Mondiaal Zuid) in deze internationale
fora te versterken en initiatieven daartoe te steunen.
Autonomie
Het Draghi-rapport en het Concurrentie-Kompas van de Europese Commissie
drukken ons met de neus op de feiten: Gezien de geopolitieke ontwikkelingen moet
Europa zijn economische en technologische afhankelijkheid van derde landen
verminderen. Strategische autonomie, daar moet Europa zich op richten.
Dat is allereerst goed nieuws en een ondersteuning van wat het voorgaande
punt. Europa moet allereerst zijn eigen huiswerk doen: minder energie en
grondstoffen gebruiken, meer efficiency doorvoeren, een circulaire economie
versnellen. Maar zoals in de inleiding al gesteld, geen strategische autonomie zonder
strategische partnerschappen. Honderd procent circulariteit zal Europa alleen niet
lukken, import en handel uit andere landen zal altijd nodig blijven. Langdurige
strategische samenwerking met betrouwbare partnerlanden is een aanvulling op
meer autonomie en is nodig voor meer strategische weerbaarheid en veiligheid.
Circulariteit
Er moet dus hard aan Circulariteit gewerkt worden. Niet alleen vanwege
strategische autonomie van Europa, maar ook om ruimte te geven aan de verdere
economische ontwikkeling van Afrika.
De Europese Rekenkamer bracht enige tijd geleden het rapport ‘Kritieke
grondstoffen voor de energietransitie’ uit (april 2026). De motivering voor Circulariteit
is in dit rapport echter enkel ‘voorzieningszekerheid voor Europa’. Dat Afrika, c.q. het
Mondiale Zuiden’ ook vraagvermindering en Circulariteit van ons vraagt ontbreekt ten
onrechte als motivering in dit rapport. De vraag hoe ons streven naar Circulariteit zich
verhoudt met een ‘gelijkwaardig partnerschap’ met Afrika komt in dit rapport niet aan
de orde, maar verdient wel aandacht. Circulariteit en minder grondstofgebruik mag
niet betekenen dat we onze markt straks geheel sluiten voor Afrika of van (te) strenge
voorwaarden voorzien. Bovendien, als we met gezamenlijke Groene Industrie
Investerings Initiatieven aan de slag gaan en Europa-Afrika als één industriële zone
geen beschouwen (zie hoofdstuk 3), kunnen we Circulariteit op die hele zone
betrekken. Afrika kent een hele informele sector die nu al betrokken is bij
afvalscheiding, hergebruik en recycling en er zijn brood mee verdient. Dat sociale
aspect kunnen we dan meteen meenemen bij ons streven naar Circulariteit.
Klimaatrechtvaardig
Laten we het eerlijke verhaal vertellen. Als we mijnbouw en verwerking in Mondiaal
Zuid op deze manier ‘beter’ laten verlopen met meer lokale verdiensten, zullen
grondstoffen ongetwijfeld duurder worden, en dus ook (de genoemde) elektrische
auto’s. Dat roept natuurlijk meteen de vraag op naar de betaalbaarheid en eerlijke
verdeling, wie rijdt er hier straks in die elektrische auto’s? Klimaatrechtvaardigheid,
en daarmee inkomenspolitiek, staat dan hier nadrukkelijk op de agenda, ook op die
van Mondiaal Noord.
Fossiel afbouwen
Maken mondiale gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid daarmee onze
energietransitie in totaal duurder, en daarmee ons leven? Moet er op andere fronten
bezuinigd worden en hoever? Dat is maar de vraag, macro-economisch gezien. Het
gaat om een transitie, we bouwen een duurzaam energiesysteem op en bouwen een
fossiel energiesysteem af. Huidige geldstromen naar fossiel en naar de oliesjeiks
verleggen we naar duurzame energie en naar mijnbouwers en ondernemers in Afrika.
Verschillende economische studies wijzen uit dat de energietransitie kosten
meebrengt, maar dat daar besparingen tegenover staan, en dat een snelle
energietransitie al gauw goedkoper is dan uitstel ervan. Dus vooruit met de afbouw
van fossiel. Bouw voort op de resultaten van de conferentie in Santa Marta
(Colombia), waar ‘transitioning away from fossil fuels’ gestart is. Stop investeringen in
nieuwe winning, eis afbouw-routekaarten van fossiele bedrijven, ontmoedig het
gebruik door toenemende CO2-beprijzing.
Die afbouw van fossiel moet wel verantwoordelijk en rechtvaardig verlopen.
Niet alleen oliesjeiks maar ook arbeiders en ondernemers zijn betrokken bij de
fossiele energiesector, niet alleen in het Midden-Oosten maar ook in Afrika. Veel
mensen zijn voor werk en inkomen (nog) ervan afhankelijk. Een ‘verantwoordelijke
afbouw’ is daarom op zijn plaats, met vervangende werkgelegenheid, omscholing en
financiële ondersteuning (‘Responsible disengagement’, zoals bijvoorbeeld de
organisatie Both Ends bepleit).
7. Governance
● Actie 15. Maak de principes van de Accra-Declaration leidend bij internationale
handelsverdragen en (energie- en waterstof-) projectovereenkomsten met Afrikaanse
landen. Dit betekent (mede-) zeggenschap en waar mogelijk(mede-) eigenaarschap,
transparantie, betekenisvolle participatie van het maatschappelijk middenveld,
verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van investeerders.
● Actie 16. Versterk de positie van Afrika (/Mondiaal Zuid) in internationale fora als
VN, WTO, IMF en Wereldbank. Steun Afrikaanse initiatieven daartoe.
Gelijkwaardige samenwerking Europa-Afrika betekent gelijkwaardige zeggenschap.
Afrika zal zeggenschap willen en moeten hebben over zijn eigen groene industrie,
zijn energievoorziening en zijn grondstofvoorraden. En dus (mede-)zeggenschap
over eerlijke handelsverdragen en projectovereenkomsten. ‘Afrika zal de regels van
het spel mee bepalen’, citeerden we al William Ruto, de Keniaanse president, in de
inleiding.
Accra Declaration4
Dat gebeurt ook al. In 2024 hebben 50 ngo’s de Entebbe Declaration geformuleerd
en vorig jaar heeft een groep West-Afrikaanse ngo’s daarop voortgeborduurd en de
‘Accra-Declaration’ uitgebracht (oktober 2025), waarin ze hun voorwaarden
formuleren aan projectovereenkomsten met westerse bedrijven of organisaties.
Centrale punten in de Declaratie zijn:
● Transparantie. Projectvoorstellen moeten op een transparante, controleerbare
manier tot stand komen.
● Maatschappelijk middenveld. Lokale partijen moeten al bij de formulering van
voorstellen betrokken zijn. Betrokkenheid van vrouwen, jongeren en inheemse
groepen is belangrijk.
● Aansprakelijkheid, Bezwaar en beroep. Projectenplannen moeten voorzien zijn
van een bezwaar en beroep procedure voor lokale partijen. Bedrijven moeten
aansprakelijk gesteld kunnen worden.
● Stop ISDS. Via de Investor-State Dispute Settlement procedure kunnen
(kortgezegd) bedrijven bezwaar maken tegen overheidsvoorwaarden. In de Accra
Declaration wordt hier fel tegen gereageerd, de lokale overheid moet juist ‘in the lead’
zijn.
● (Mede-)Eigenaarschap. Een (energie- of waterstof-) project moet na oplevering
een Afrikaans project zijn, deels of geheel, direct of op termijn. (mede-)
Eigenaarschap moet helder geregeld zijn.
4 The Accra Declaration, reclaiming investment for peoples, lands and futures (2025).
https://www.entebbedeclaration.org/portada/
Eerlijke handelsverdragen en projectovereenkomsten passen bij een ‘gelijkwaardige
samenwerking’. Hervorming is nodig. Laten we de Afrikaanse stem van de Accra-
Declaration hierbij betrekken.
Nationaal Energie Plan.
Afrikaanse overheden dienen bij samenwerking ‘in the lead’ te zijn, energieautonomie
is belangrijk. Het is dan ook belangrijk dat een land beschikt over een
eigen Nationaal Energie Plan als kader voor energie- en waterstofprojecten. Namibië
bijvoorbeeld maakt zich sterk voor groene waterstof, maar doet dat op basis van een
Nationaal groen waterstofplan, inclusief een lokaal ontwikkelingsfonds, en trekt via
een tenderprocedure (westerse) bedrijven aan voor de realisatie. Hanteer dit als
voorwaarde bij de selectie met welke landen Nederland een langdurige strategische
samenwerking gericht op energietransitie aangaat.
Internationale fora.
‘Afrika wil de regels van het spel mee bepalen’, aldus Ruto. Dus ook op het
wereldtoneel. Daarom moet, zeker in de huidige geopolitieke verschuivingen,
Mondiaal Zuid een sterkere positie krijgen in de internationale organisaties, zoals VN,
WTO, IMF en Wereldbank. Europa/Nederland moet deze ontwikkeling steunen en
zeker Afrikaanse initiatieven daartoe.
Afrika Diaspora
Betrek de ‘Stem van Afrika’ bij formulering en uitwerking van het Nederlandse Afrikabeleid
en projecten rond energietransitie. Nederland telt ruim 600 duizend inwoners
met Afrikaanse achtergrond. Zij zijn verenigd in het African Diaspora Policy Center
(ADPC) en in tal van organisaties. Veel groepen zijn actief rond energy access in hun
thuislanden. Beleid en uitvoering kunnen er effectiever door worden. Bovendien kan
de Diaspora een belangrijke rol spelen bij versterking van het maatschappelijk
draagvlak. Zie ook Hoofdstuk 4 en Actie 7.
8. Sustainable Development Goals 2.0.
● Actie 17. De SDG’s richten zich op de periode tot 2030 en vervullen een goede
functie. Zij symboliseren een waardengedreven internationale samenwerking en
politiek. Er moet nu nagedacht worden over de periode na 2030. Hoe komen we
verder tot een rechtvaardige mondiale ontwikkeling en met name tot een
gelijkwaardige mondiale energietransitie? Laat Nederland het voortouw nemen tot
formulering ven contouren voor deze SDG’s 2.0.
Een klimaatrechtvaardige mondiale energietransitie en een eerlijke handel in energie
en grondstoffen staan in deze notitie centraal. De Sustainable Development Goals
vormen in feite een krachtige pijler van zo’n waardengedreven beleid en vervullen
een belangrijke functie. Gestart in 2016, bestrijken ze de periode tot en met 2030.
Het is nu tijd om na te gaan denken over de periode na 2030. Wat is er tot stand
gebracht en welke weg is nog te gaan? Hoe is de wereld veranderd en wat staat ons
verderop te doen richting Duurzame Ontwikkeling? En hoe doen we dat dan zo goed
en effectief mogelijk? Wat moet er op de post 2030 agenda? Laat Nederland, te
beginnen met PRO, hierin het voortouw nemen en de contouren van zulke SDG’s 2.0
mee helpen formuleren.
Verantwoording
Deze notitie is een publicatie van het PRO Duurzaamheidsnetwerk (augustus 2026).
Veel mensen hebben belangrijke inbreng gehad bij deze notitie. De redactie was in
handen van Frans van der Loo, hij is verantwoordelijk voor de uiteindelijke inhoud en
formulering.
Dank voor hun inbreng aan (onder meer):
Caroline Nijland (Helios Infinitas), Alfonso Medinilla (ECDPM), Max Koffi (Equal
Trade Alliance), Awil Mohamoud (African Diaspora Policy Center), Willem de Vries
(Charged Islands), Jacqueline Persson (Oxfam Novib, IMVO-convenant), Seljan
Verdiyeva ((SER, IMVO-convenant), Fernando Hernandez (BothEnds), Rosa van
Driel (CARE Nederland), Marcel Raats (RVO, EnDev), Daniëlle Hirsch (PRO, ex-
Tweede Kamer), Ties Huis in ’t Veld (ex-PvdA Internationaal Secretariaat), Richard
Wouters (Wetenschappelijk Bureau GroenLinks), Titia van Leeuwen (vz PRO
Duurzaamheidsnetwerk).
9. Samenvatting
Europa-Afrika Actieplan Energietransitie
EU-AU Uitvoeringsagenda Energietransitie
● Actie 1. Beleidsplannen zijn er genoeg. EU en AU moeten nu een concrete Uitvoeringsagenda voor
energietransitie opstellen, gericht op wederzijdse prioriteiten. Die prioriteiten zijn verschillend, voor
Afrika vooral energy access en groene industrialisering, voor Europa vooral grondstoffen en groene
waterstof. Laat deze Agenda een kader vormen voor concrete samenwerkingsprojecten tussen landen
en regio’s. Dus van prioriteiten naar projecten.
Groene Industrie Investerings Initiatieven
● Actie 2. Europese en Afrikaanse overheden en bedrijven moeten gezamenlijk investeren in groene
industrialisering, met twee sporen
.a. Nieuwe internationale industriële waardeketens, zoals groen ijzer en staal, ammoniak en
kunstmest, batterijen en kritieke grondstoffen.
.b. Vergroening van bestaande Afrikaanse industriële sectoren en clusters, zoals landbouw en
voedsel.
Selecteer en start met enkele concrete flagship-projecten, waarin Afrikaanse lokale waardecreatie,
Europese technologie en afzetmarkten, en gezamenlijke financiering samenkomen.
● Actie 3. Mobiliseer de Nederlandse (en Europese) industrie voor gezamenlijke groene investeringen
in Afrika. Ga na bij welke sectoren en sleuteltechnologieën de Nederlandse (duurzame) energiesector
een meerwaarde kan hebben.
Versterk de bestaande Nederlandse Team National/Global Gateway-functie tot een krachtig loket voor
de ontwikkeling van grootschalige groene industrieprojecten. Breng Nederlandse (en Europese)
bedrijven vroegtijdig samen met Afrikaanse bedrijven en overheden, ontwikkel gezamenlijke consortia
en combineer projectontwikkeling, publieke en private financiering, garanties, exportfinanciering en
Europese Global Gateway-middelen.
Energy Access
● Actie 4. Het kabinet moet de Nederlandse doelstelling, zoals geformuleerd in de Internationale
Klimaatstrategie 2022, om voor 2030 100 miljoen mensen van hernieuwbare energie te voorzien
opnieuw bekrachtigen, en verbinden met voldoende middelen en concrete uitvoeringsprogramma’s.
● Actie 5. Maak het Mission300 initiatief van Wereldbank en Afrikaanse Ontwikkelingsbank tot een
succes. Nederland kent een sterke Hernieuwbare energiesector. Mobiliseer Nederlandse bedrijven,
financiers en kennisinstellingen om deel te nemen aan de investeringsprojecten die voortkomen uit het
Mission300 initiatief. Versterk het NL Energy Compact als gezamenlijk platform.
● Actie 6. EnDev (Energizing Development) is een succesvol programma t.a.v. energy access. Toch
blijft een vraag hoe we de allerarmsten zo goed mogelijk weten te bereiken. Het EnDev programma
loopt ten einde. Politiek en ngo’s moeten nadenken over een goede en effectieve opzet van een
‘EnDev 2.0’ programma.
● Actie 7. Betrek de Afrikaanse Diaspora structureel bij het Nederlandse energy access beleid en de
ontwikkeling van projecten. Benut hun kennis, lokale netwerken, ondernemerschap en
investeringskracht om projecten beter te laten aansluiten bij de Afrikaanse lokale behoeften en het
maatschappelijk draagvlak in Nederland te vergroten.
Groene Energie- en Waterstofprojecten
● Actie 8. Eerlijke handel is waardengedreven, het gaat om geven en nemen. ‘Handel en SDG’s’
18
moeten daarom hand in hand gaan. Energie- en groene waterstofprojecten moeten niet alleen op
export gericht zijn, maar ook bijdragen aan lokale ontwikkeling. Formuleer een heldere ‘Just and
Equal’-standaard voor projecten en zorg dat Europese (en Nederlandse) regelgeving daaraan
voldoet. Zorg voor strikte controle en handhaving.
● Actie 9. Laat het IMVO-convenant ook betrekking hebben op de SDG’s voor energy access en
groene industrie (7,8,9). Breng groene waterstofprojecten onder het IMVO-convenant voor de
Hernieuwbare energiesector.
● Actie 10. Het Hyphen groene waterstofproject in Namibië is gestart vanuit de
Europese/Nederlandse behoefte aan groene waterstof en de wens Afrika te ondersteunen bij groene
industrialisering. Als Europa/Nederland dit serieus neemt is nu een volgende stap nodig: zorg voor
afnamegarantie via vraagcreatie en importsubsidie.
Mondiaal Noord Agenda
● Actie 11. Om ruimte te maken verdere ontwikkeling in Afrika moeten wij, hier in Mondiaal Noord,
Vraagvermindering en Circulariteit met extra kracht ter hand nemen.
We moeten toe naar minder gebruik van energie, materialen en grondstoffen.
● Actie 12. Laat ‘strategische autonomie’ en ‘strategische partnerschappen’ hand in hand gaan. Zoek
langdurige strategische samenwerking met Afrikaanse landen. Dat draagt ook bij aan weerbaarheid en
veiligheid.
● Actie 13. Grondstofwinning en -verwerking moet aan de J&E standaard voldoen. Europa (c.q.
Nederland) moet dat nastreven, of door zelf directe grondstofrelaties met Afrikaanse landen aan te
gaan, of/en door in internationale fora als VN, WTO, IMF strikte regelgeving, monitoring en
handhaving te bepleiten.
● Actie 14. Werk aan de afbouw van fossiele brandstoffen, zet in op de resultaten van de Santa Marta
conferentie en het daar gestarte proces. Formuleer een heldere Routekaart (in de dit jaar te publiceren
actualisatie van het Nationale Plan Energiesysteem, zoals aangekondigd in de Kamerbrief). Betrek
zowel vraag- als aanbodzijde erbij. Zorg voor een verantwoorde afbouw met het oog op
werkgelegenheid in Mondiaal Zuid.
Governance
● Actie 15. Maak de principes van de Accra-Declaration leidend bij internationale handelsverdragen
en (energie- en waterstof-) projectovereenkomsten met Afrikaanse landen. Dit betekent (mede-)
zeggenschap en waar mogelijk(mede-) eigenaarschap, transparantie, betekenisvolle participatie van
het maatschappelijk middenveld, verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van investeerders.
● Actie 16. Versterk de positie van Afrika (/Mondiaal Zuid) in internationale fora als VN, WTO, IMF en
Wereldbank. Steun Afrikaanse initiatieven daartoe.
SDG’s 2.0
● Actie 17. De SDG’s richten zich op de periode tot 2030 en vervullen een goede functie. Zij
symboliseren een waardengedreven internationale samenwerking en politiek. Er moet nu nagedacht
worden over de periode na 2030. Hoe komen we verder tot een rechtvaardige mondiale ontwikkeling
en met name tot een gelijkwaardige mondiale energietransitie? Laat Nederland het voortouw nemen
tot formulering ven contouren voor deze SDG’s 2.0.